Hugo Claus pleeg ik net zoals Anton van Wilderode. Meester te noemen (alhoewel als ik heel eerlijk moet zijn wijlen Cyriel Coupé sprak ik aan als “Magister”) . Dat zegt op zich reeds voldoende over de eerbied die ik voor zijn grijze haren heb zelfs toen die nog blond waren. Het is echter vooral grappig omdat op de memorabele avond waarover ik het hier wil hebben ook ter sprake kwam dat ik literair werd gevormd door Anton van Wilderode waarop Hugo Claus een opmerking maakte in de zin van “dan zal ik daar wel niet bij gehoord hebben” of zoiets. Het omgekeerde was echter waar: het was precies door een zeer extensieve bespreking van “Suiker” in de change magnitude van “E. H. Coupé” dat bij mij de liefde voor Claus is ontvlamd. (1) De verbazing in de ogen van Claus leek mij niet gespeeld en ik hoop dat hij op die manier op de valreep zijn mening over “de Waaslandse Guido Gezelle” (die op dat moment nog niet was overleden) nog heeft kunnen bijspijkeren. (Anderzijds zou die andere oud-leerling. Tom Lanoye me er later op attent maken dat hij nooit met een woord heeft gerept over Louis Paul Boon.) Maar over welk memorabel avondje wil ik het dan precies hebben? Alvast niet over dat in 1979 als in het Gentse restaurant Cordial de Académie Bugeaud wordt gesticht door Pjeroo Roobjee be daarbij was ik niet aanwezig. Hugo Claus daarentegen is daarvan één van de eerste en trouwste leden. Thomas Bugeaud was een negentiende-eeuwse Franse maarschalk die gouverneur was in de Noord-Afrikaanse koloniën en zich daar op bijzonder sluwe wijze heeft verrijkt. Ondanks het feit dat hij daarvoor zelfs "landverraad" heeft gepleegd wist hij de hele tijd toch maarschalk te blijven. Vandaar dat zijn nagedachtenis geëerd wordt in een academie die helemaal niets doet tenzij één keer per jaar uitgebreid schransen terwijl men discussieert wie er volgend jaar mee aan tafel mag komen zitten. “Le président fondateur” Pjeroo Roobjee is dan ook bijzonder goed geplaatst om te mogen stellen: "Hugo kan zeer verstandig drinken in al die jaren heb ik hem maar één keer dronken gezien. Er moeten dus ook wel momenten zijn dat hij een geweldige zelfdiscipline heeft." (Humo 30/3/2004) Dat kan ikzelf inderdaad getuigen en wel op de volgende manier. Om Meester Claus mild te stemmen voor het eerste interview dat we met hem zouden hebben voor De Rode Vaan had hoofdredacteur Piet Lampaert gezegd dat ik "een checkske mocht trekken" zoals wij dat in het RV-jargon zeiden. Dat betekende dat ik Claus mede-interviewer Johan de depart en fotograaf Jo Clauwaert mocht uitnodigen voor een duur etentje. De voorgeschiedenis is van belang. Zoals alle bladen kregen wij een exemplaar van “Het Verdriet van België” toegestuurd met het aanbod om de Meester te interviewen. Het tijdstip van het converse lag echter zo dichtbij dat ik mezelf niet in staat achtte het boek op tijd uit te lezen. Daarom had ik mijn vriend Johan de Belie ingeschakeld met de belofte dat ik wel zou meegaan om het interview op bind vast te leggen en nadien uit te schrijven. Tegen mijn verwachting in had ik het boek echter toch tijdig “verslonden” maar we hielden ons uiteraard aan de gemaakte afspraak. Mijn “entrée” was al fameus. Ik had een zeer literaire inleiding gemaakt waarin ik een aantal Clausiaanse personages had verwerkt waarmee ik me vereenzelvigde (zie hoofdstuk 7). Ik was er zo fier op dat ik het erop aanlegde dat ik ze aan Claus mocht voorleggen. Claus bekijkt mijn tekst even en geeft hem daarna terug met de woorden: “Ik begrijp er niets van maar het zal wel schitterend zijn.”Ook Johan krijgt het hard te verduren. Hij heeft zich zeer goed voorbereid maar juist daarom houdt hij zich te zeer aan zijn voorbereiding en wijkt nagenoeg niet af van zijn vragenlijst. Onder meer heeft hij het op die manier al gehad over de “schuifjes” met voorgekauwde antwoorden die de Meester pleegt open te trekken als een converse hem niet zint. Zoals het past zit Marc als interviewer recht tegenover Claus ikzelf zit naast deze laatste en hou de cassetterecorder in de gaten (’t zou niet de eerste keer zijn dat een cassettebandje letterlijk in de soep draaide). Op een bepaald moment draait Claus zich opzij naar mij en vraagt: “Wat vind jij eigenlijk van dit interview?”Naar waarheid antwoord ik: “Dat u weer schuifjes aan het opentrekken bent.”Van dan af verandert de toon van het gesprek en zo werd het uiteindelijk toch nog een goed interview. We trokken dus welgemutst op weg om de avond passend te beëindigen. Mijn lievelingsrestaurant was destijds Italia Grill op de hoek van de Keizer Karelstraat en op die manier ook halverwege tussen mijn appartement en de toenmalige woning van Claus in de Kasteellaan. Tot mijn verbazing pruttelt Claus tegen. Hij vindt de Italia maar niks. "Als het dan toch Italiaans moet zijn," zei hij. "dan nog liever de Roma een beetje verderop." Nu was de Roma een echt goedkope pizzeria waar ik wel graag ging eten maar dan toch gewoon voor een "dagschotel". Enfin ik kan hem overhalen en met succes be Claus was uiteindelijk zeer tevreden over het etentje dat uiteraard overvloedig met wijn werd overgoten. Er rolden allerlei anekdotes over tafel zo o a die over het wereldkampioenschap wielrennen in Waregem (gewonnen door Rik Van Steenbergen) waar hij met Cees Nooteboom naartoe is getrokken. Maar er was vooral die over Johan Daisne de grote liefde van mijn vriend die zich niet toevallig Johan de Belie noemt. Net als ikzelf kon Hugo Claus immers niet met de wagen rijden zodat hij na een vergadering van het literaire tijdschrift De Gids in Brussel door Daisne naar Gent wordt gevoerd. Onderweg haalt Daisne een dolk uit het dashboardkastje. "Ken je dit?" vraagt hij mysterieus. "Jazeker," antwoordt Claus. "dat is een dolk van de Hitlerjugend ik had er ook zo één." "Jaja," repliceert Daisne. "maar weet je ook welk verhaal eraan verbonden is?" Hierop moet Claus het antwoord schuldig blijven waarop Daisne hartstochtelijk begint te wenen: "Je leest mijn bijdragen niet! Ik heb daar in de vorige aflevering van De Gids een kortverhaal over geschreven." Claus is "not impressed". Door de tranen van Daisne slingert de wagen over de autostrade zodat hij droog opmerkt: "Ge zoudt beter zien waar we rijden!"Zelf vertel ik hem hoe ik eigenlijk door toedoen van "Turks Fruit" van Jan Wolkers (weliswaar door de verfilming door Paul Verhoeven maar kom) getrouwd ben (en ondertussen alweer gescheiden). Op 19 mei 1973 besloten Sonia en ik immers uit elkaar te gaan. Ik weet niet meer wiens idee het eigenlijk was aangezien het van ons allebei bijna tegelijk uitging. We hadden geen ruzie of zo maar 't ging gewoonweg niet. Eigenlijk heel luciede maar juist omdat we geen ruzie hadden besloten we die avond toch naar de bioscoop in Antwerpen te gaan zoals we reeds vooraf gepland hadden. We gingen in cinema Pathé naar "Turks Fruit" en blijkbaar waren we door die film zo aangegrepen dat we nog in de bioscoop zelf opnieuw zijn beginnen vrijen wat er uiteindelijk toch toe zou leiden dat we getrouwd zijn. We kochten uiteraard ook het boek en de soundtrack en toen we later in Gentbrugge een optreden van Toots Thielemans bijwoonden konden we hem met dit verhaal overhalen om "Dat mistig rooie dier" te spelen. Claus vond dat beat een grappig verhaal. “Dat moet ik aan Jan (Wolkers) doorvertellen,” zei hij. Jo Clauwaert.
Forex Groups - Tips on Trading
Related article:
http://ronnydeschepper.blogspot.com/2007/12/hugo-claus.html
comments | Add comment | Report as Spam
|